Dag 4 Jaca – Saint Jean de Luz

Ik wordt wakker met een gemengd gevoel, enerzijds voel ik dat het weer een mooie dag wordt en anderzijds bekruipt mij een treurig gevoel dat dit de laatste dag in de Pyreneeën is. Ik ga er uit en kruip lekker onder de douche. Scheren slaan we over echte mannen scheren niet iedere dag. Samen met Otto loop ik naar beneden want we hebben om acht uur afgesproken voor het ontbijt. We zitten te wachten tot Gerard en Jeroen naar beneden komen. Als het wat lang duurt loop ik toch maar eens de ontbijtzaal in en daar zitten de heren net hun spek met eieren weg te werken. Blijkt een kleine communicatiestoornis te zijn over de ontmoetingsplek.  De ruis op lijn werd waarschijnlijk veroorzaakt door cerveza.  Het ontbijt is heerlijk, na het over het algemeen karige ontbijt in de Franse hotels een uitgebreid ontbijt. Na het ontbijt gaan we de motoren ophalen uit de garage en parkeren ze voor de deur.

Dat is gemakkelijk inladen. Ik haal mijn spulletjes van boven, ik vindt het echt jammer om weg te gaan. Ik had hier best een paar dagen willen vertoeven om de buurt te verkennen. Jammer maar helaas, ik voldoe de rekening met de creditcard en we vertrekken eerst naar het tankstation om de motoren vol te gooien. Vandaag staat er een flinke rit van 300 Km op het programma. Na het aftanken vertrekken we in noordelijke richting. Al na een kleine drie kwartier rijden we weer in de bergen, Col du Somport kondigt zich aan. De weg slingert over de Spaans –Franse grens en is op zijn hoogste punt 1632 meter. Er ligt nog aardig wat sneeuw, weer een mooi uitzicht. We passeren de grens en rijden Frankrijk weer in. De route voert ons weer het dal in naar het andere einde van de tunnel die we gemeden hebben door over de pas te rijden.  We volgen de N134 tot de afslag naar de D241. Een smalle weg die ons over twee kleinere passen moet voeren. De weg stelt mij teleur, hij is smal er ligt veel grind, waarschijnlijk gebruikt om te strooien voor de sneeuw. De weg voert ons zelfs gewoon over een boeren erf waar ik even moet wachten tot de boer zijn honden bij zich heeft geroepen. De honden maken klaarblijkelijk niet vaak mee dat er een groep motorrijders over hun territorium rijdt. Voor de koffie stoppen we bij een herberg in Lamothe. We lopen naar binnen wat niet anders kan worden beschreven als een keuken van een boerderij uit de vijftiger jaren.

Geen idee of we hier koffie kunnen krijgen. We lopen binnen op zoek naar de waard, als Jeroen de stoute schoenen aantrekt en gewoon de keuken in loopt treffen we een dame op leeftijd aan . We vragen om koffie en dat is geen probleem. We schuiven en tafel en veel sneller dan ik verwacht had krijgen we koffie, of was het teer? Kennelijk stond dit potje al een poosje te pruttelen en gelukkig waren het maar kleine kopjes. Ik kiep het in twee slokken achterover. Even later schuift ook Otto aan die nog buiten foto’s aan het maken was. We scheppen op over de koffie, zo’n lekker bakje heb je in jaren niet gehad. Echt een klein smaak kunstwerkje. We proesten van het lachen als zelfs Otto geen tweede bakkie meer hoeft. We betalen de koffie en vertrekken weer, maar niet voor we gevraagd hebben of we een Hornets-sticker op de deur mogen plakken. Graag zelfs, want ze laat ons ook heel trots een sticker van de HD chapter zien. De cafeïne heeft gelijk een uitwerking op Otto’s darmen hij holt ook nog even naar het toilet aan de overkant van de weg.

We gaan weer op pad naar de Spaanse grens. De weg naar de grens is een schitterende weg die wederom over een pas voert, Col de la Piere Saint Martin. Ik denk de mooiste pas die ik tot nu toe heb gereden. Ondertussen is het ruim na het lunch uur, maar het duurt nog een twintig minuten voor we daar zijn. Gelukkig is de weg beter dan in Frankrijk. De herberg die ik op google earth had uitgezocht voor de lunch is helaas gesloten. Op advies van vriendelijk Spanjool rijden we een stukje verder. Maar dat ziet er ook erg gesloten uit. Maar als ik aan de deur voel is deze toch open. Ik vraag binnen of we kunnen lunchen en gelukkig kan dat ook. Het bestellen is ook een verhaal apart. Hoewel ik twee jaar Spaanse les heb gehad kon ik er geen touw aan vast knopen behalve de hoofd ingrediënten. Maar goed een soepje en een stuk koe gaan er altijd wel in. Omdat het klokje door tikt en we om drie uur pas op de helft zijn stappen we vlug weer op. We volgen de weg door het dal. De route gaat over de bergpas Port de Larrau. Maar wederom pech voor de kabouters, de pas is gesloten.  We kijken op de kaart en er is een ander weg mogelijk. We blijven in Spanje en we volgen de Na-140 tot het eind. Wat een verschrikkelijk mooie weg, veel bochten en een strak schoon wegdek met weinig verkeer. Zo schiet het lekker op en kunnen we meters maken. Aan het eind draaien we de N135 op richting de Franse grens. In een dorpje nog in Spanje stoppen we voor koffie. Het is lekker weer en we gaan op het terras zitten. We beseffen dat we rijkelijk laat zijn als we de standaard weer opklappen. In de grensplaats Arneguy tanken we nog aan de Spaanse kant van de grens omdat de brandstof daar toch goedkoper is. In een winkeltje zoeken we nog een badge van de Pyreneeën voordat we die verlaten maar kunnen er geen vinden. Jeroen vraagt voor de zekerheid even maar de verkoper antwoord dat hij die inderdaad niet heeft. Vervolgens bedankt Jeroen hem netjes met het woord “merci” maar dat was helemaal fout volgens de verkoper want hij was tenslotte in Spanje en daar zeg je “gracias” en dat terwijl we letterlijk over de grens konden spugen. Ligt kennelijk toch wel gevoelig. We rijden over de rotonde Frankrijk weer in. We rijden de route weer op en vervolgen deze weer. Na een poosje rijden we tot mijn verbazing weer Spanje in. Dat had ik dus vergeten dat er nog een klein hoekje Spanje inzet. Langzaam zie je de omgeving veranderen in een duinlandschap. Maar toch gaan we nog een stukje omhoog als we voor de laatste maal Frankrijk in rijden.

We stoppen voor een paar foto’s en laten weer een kruimelspoor sticker achter. Het begint te betrekken wanneer we Saint Jean de Luz binnenrijden. Zonder problemen komen we bij het hotel aan en gelukkig zijn er nog kamers voor ons vrij. Dit keer gewoon in IBIS hotel. We spreken af om half negen de stad in te lopen voor een hapje te eten. Dit blijkt toch we een stuk lopen te zijn. Maar we vinden een leuk restaurant waar we een steak van de kaart bestellen en het geheel met een biertje wegspoelen. Op het moment dat we willen vertrekken barst er een bui los. We wachten nog even maar als het wat minder wordt gaan we toch lopen. De afstand naar het hotel en hoeveelheid regen zijn toch voldoende om mijn vest doorweekt te laten zijn. Ik hoop maar dat dat droogt vannacht. We spreken af vroeg te ontbijten want morgen moeten we weer  vierhonderd kilometer rijden.

Deze website maakt gebruik van cookies enkel om de website goed te laten functioneren

Privacy policy