Dag 7 Beaune – Plainfang

Deze dag start goed, het is droog. Na het wederom karige ontbijt rijden we eerst naar een tankstation om de BMW’s weer vol de nodige octaan houdende benzine te tanken. Omdat ik in Beaune in het verleden vaker overnacht heb op de terugweg van Spanje weet ik waar we kunnen tanken. We gaan op pad in richting noord-oosten. Ik verheug mij al op de Vogezen, ik denk dat dit één van de mooiere gebieden is om te rijden. Mooier nog dan het Schwartzwald. We rijden circa een uur door een aanschakeling van landbouw gebieden. In Saint-Vit had ik bij een bakkerij een koffiestop gepland maar deze was helaas gesloten. Een stuk verderop zie ik bij een rotonde toch een bakkerij en stuur resoluut de zijstraat in. De Brommers gaan op de standaard en de helm op de buddy. Binnen vinden we veel lekkernijen die we niet kunnen weerstaan, zeker na de twee stukjes brood waarmee je in de tafel kon krassen. Heerlijke cappuccino erbij, we worden er gewoon stil van.

Na een half uur is het weer tijd om te gaan. We nemen afscheid en kruipen weer op het zadel. Niet veel later komen we aan in Besancon. In Besancon is het heel druk en er wordt stevig aan de weg gewerkt. Heel even raken we elkaar uit het oog maar al vlug rijden we weer gezamelijk Besancon uit. We rijden nu op de route du Belfort, de route meandert aan oever van het riviertje “Le Doubs”. Langzaam zien we ook weer heuvels en kleine bergen in het landschap. Rond het middag uur stoppen we bij restaurant “Le Relais”. Dit is gelegen aan de stuw in “Le Doubs”. We gaan naar binnen voor een bak koffie. Ook maken we van de gelegenheid gebruik om wat foto’s te maken en natuurlijk een kruimelspoor in de vorm van onze sticker achter te laten.

Door het slechte weer van de afgelopen twee dagen heb ik nauwelijks gefilmd en slechts een paar foto’s gemaakt. Dat wordt een gat in onze reportage. We maken ons gereed om weer te gaan rijden. Ik zit al op de motor terwijl ik kijk hoe Otto opstapt. Omdat we op een onverhard stukje stonden hadden we een plankje onder de standaard gelegd zodat deze niet in de grond verdwijnd. Ik had deze gepakt voor het opstappen, maar Otto probeert deze te pakken terwijl hij al op de motor zit, daarbij laat hij de motor de ander kant op leunen. Maar als de motor voorbij het kantelpunt gaat kan Otto hem slechts naar de grond begeleiden. Gerard zit nog niet op zijn fiets en schiet te hulp. Gelukkig niet meer schade dan een gedeukt ego, maar dat komt weer goed. Af en toe druppelt het nog een beetje maar we hebben het gevoel dat we geluk hebben. We laten “Le Doubs” achter ons en buigen af naar het noorden, naar de Vogezen. Na een dik uur komen we in Fabourg, hier tanken we de brommers weer en in het Restaurant van de Intermarche zijn we de enige klant en worden door de dames verwent met speciaal voor ons gemaakte brood met beleg.

Dan is toch echt tijd om de Vogezen in te rijden. Naar mate we stijgen, wordt het ook mistiger. En het duurt niet lang of we rijden door de dichte mist over de mooiste plekken in de Vogezen, knack. Door de mist passen we onze snelheid aan. Tot mijn verbazing doen de wielrenners dat niet. Die blijven gewoon drie breed zonder verlichting de berg omhoog trappen. Ik vind onze actie al dapper maar dat van de wielrenners grenst aan zelfmoord. Boven op de Grand Ballon stoppen we even voor een paar foto’s erg jammer dit.

Op een sukkeldrafje tuffen we in de dichte mist verder, wanneer we weer dalen wordt het zicht weer goed. Rond 18:00 uur arriveren we in de auberge de la Grange in Plainfang. De kamers zijn vrij oud en karig gemeubileerd, maar het is er schoon. We bergen onze spulletjes op en nemen een douche. Schoon en fris lopen de herberg binnen voor het diner. Er is een ruime keuze in traditionele maaltijden, koffie na en nog een slaapmutjes voor we naar bed gaan. Maar eerst natuurlijk het foto en film materiaal van Otto en mijzelf veiligstellen op de laptop en een externe hardeschijf.

Deze website maakt gebruik van cookies enkel om de website goed te laten functioneren

Privacy policy